De viool
De viool is het meeste bekende strijkinstrument.
De precieze geschiedenis van de viool is niet echt bekend, maar
aangenomen kan worden dat de viool ongeveer stamt uit 1550. Omstreeks
het begin van de 17e eeuw werd de viool ook als zelfstandig instrument
van belang, want toen werd het opgenomen in de standaardbezetting van
de Italiaanse opera-orkesten.
In het begin had de viool een doffe, bescheiden toon, als gevolg
van het feit dat de snaren dik waren en zeer los aan de klankkast vast
zaten. In de 18e en 19e eeuw werden belangrijke technische
veranderingen aangebracht. De viool klonk door het gebruik van dunnere
snaren en een grotere spanning voller en helderder.
 |
In het begin van de 18e eeuw werd het toen gebruikelijk om de viool
onder de kin te houden. Voordien werd het instrument tegen de borstkas
of het sleutelbeen geplaatst. Later in die eeuw werd de strijkstok
verbeterd, deze werd langer, breder en sterker. Zo werd het
eenvoudiger om een vloeiende streek te maken. De definitieve vorm van
de huidige viool ontstond aan het einde van de 18e eeuw.
Voor kinderen worden er verschillende maten gemaakt zoals: 1/16, 1/8, 1/4 (kwart viool), 1/2 (halve viool), 3/4, 7/8. De 'volwassen' maat wordt een 4/4 viool of een hele viool genoemd. Vooral omdat het kind regelmatig een grotere viool nodig heeft, omdat het immers nog groeit, kunt u het beste een viool huren. Het huren van een viool kan bij de meeste vioolbouwers. Het tarief voor het huren van een viool hangt af van de waarde van de viool. Huurprijzen beginnen bij ongeveer 10 euro per maand.
|
|